“Wie zich schaamt, wil graag gezien worden.”

Bezoekerservaringen

Nelleke - Nieuwjaarsretraite

De stilte

Afgelopen week bracht ik door in een klein klooster in België, als deelnemer aan de Nieuwjaarsretraite. Wat gaf de doorslag om in te tekenen op deze stilteretraite? De beschrijving op de site? Het feit dat ik de begeleiders, Ronny en Chris enigszins kende? Het gedachtegoed dat ik mooi vond? Of de mooie beelden, op internet, van Rosario: een klein voormalig klooster met veel liefde en zorg gerestaureerd en ingericht voor dit soort bijeenkomsten?

In ieder geval bevond ik mij op nieuwjaarsdag in de trein van Utrecht naar Brussel en vervolgens naar Bever aan de grens met Frankrijk, voor een retraite van een kleine week. Een ommelandse reis van zes uur met de trein – vanwege de zondagsregeling – die ik achteraf ook in krap drie uur met de auto had kunnen maken als ik mee had willen rijden. Maar ik wilde de treinreis gebruiken om langzaam te wennen aan het idee dat ik me ging overgeven aan een onbekende omgeving, aan een volledig vreemde groep mensen en een programma waarvan ik niet wist of ik er niet gillend gek van zou worden. “Vanuit welke traditie wordt het gegeven?” vroegen vrienden me aan wie ik het durfde te vertellen. Eh, nou geen traditie, in ieder geval niet vanuit het (zen)boeddhisme, een kloosterorde, mindfulness, of verzin het maar. Hoewel het programma vooral uit meditatie bestond, lagen er geen vaste tradities of regels onder. Misschien was dat juist doorslaggevend. “En met welk doel of welke vragen ga je er eigenlijk naar toe?” Sja…niet echt bij stil gestaan. Van de vragen die me bezig houden weet ik toch wel dat die niet in een week worden beantwoord. Misschien was het juist om mijn hoofd eens leeg te krijgen van alle gedachten en ambities die er voortdurend maar in rondspoken. Maar eigenlijk leek het me vooral een mooie invulling van de eerste week van januari, die ik toch al vrij had genomen om m’n vakantiedagen op te maken en die anders zou weglekken aan rommeldingen, bezoekjes, aankopen doen, etc. Een week helemaal voor mezelf, zonder verplichtingen, zonder sociale contacten, op een plek die een lust leek voor het oog dat zoekt naar schoonheid. En tijdens die treinreis waarin ik alle tijd had om mijn weerstand tegen groepsdynamiek en het je-open-stellen-voor-jezelf-en-de-ander te laten groeien, hield ik me maar vast aan het feit dat het mogelijk was me te onttrekken aan het programma en uitgebreid te gaan wandelen of te tekenen als ik daar zin in had.

Al had ik me ingeschreven voor een stilteretraite, het verraste me toch dat we zondag na het eerste gezamenlijk avondeten en een korte kennismaking geacht werden verder niet meer te praten tot vrijdagochtend een uur voor vertrek. Waarbij, zo zei Ronny aan het begin, je ook heel veel kunt communiceren zonder praten. Met andere woorden dat als je werkelijk stil wilde worden van binnen je communicatie in het algemeen beter kon vermijden.

En zo gingen we de stilte in. De eerste dagen nog met een onwennigheid waardoor er inderdaad veel ‘geluidloos rumoer’ ontstond: door het proberen zonder woorden om de jam of de boter te vragen, of iemand nadrukkelijk te wijzen op de tijd of op iets wat er verkeerd gaat. Of door het samen ingehouden lachen om iemand die voor de zoveelste keer opschept, of de toast laat verbranden. En dat is dan nog zonder het geschuifel, het gezucht, het slikken, de kuchjes tijdens de zitmeditaties van mensen die zoeken naar een juiste houding of duidelijk in afwachting zijn van de bevrijdende gong. Dat je in het zwijgen zoveel lawaai kunt maken was een hele bijzondere ervaring. Maar ook het omgekeerde: de enorme diepe stilte die ontstaat als alles en iedereen in rust komt, als er blijkbaar niets meer hoeft, als mensen ontspannen zitten. Als bij het ontbijt of lunch alle zestien deelnemers zomaar een tijdje voor zich uit zitten te kijken, om nog even te genieten van het aanwezig zijn bij elkaar, zonder dat dat blijkbaar duidelijk gemaakt of verwoord hoeft te worden. Als tijdens de meditaties in de kapel de bewegingen tot rust kwamen, de juiste houding gevonden was, de onrustige gedachten waren vervlogen en de winterstorm even ging liggen. Dan viel de stilte…soms zomaar plotseling, vanuit het niets komend, over alles en iedereen heen. Ontroerend was het en mooi, deze momenten. Een heel diep ervaren van de stilte. Soms was het enige geluid het regelmatige gekraai van een haan in de verte, of de aanzwellende wind door de bomen om de ramen van de kapel, het lichte getikker van vorken en messen op de borden. Waarbij het vaak leek of de zestien geheel verschillende mensen toch eén gezamenlijk lichaam vormden, (zoals Ronny het aan het eind verwoordde).

“Ik ben wel iemand voor de stilte”, zei ik bij de terugkoppeling, het laatste uur voor we huiswaarts gingen. Ik heb heerlijk ‘gezeten’, m’n lichaam werkte goed mee en ik kon m’n hoofd stil zetten. Hoewel ik nogal op mijn privacy ben gesteld heb ik geen moment het gevoel gehad dat ik me terug wilde trekken. Integendeel, de aanwezigheid van de rustig lezende of schrijvende mensen in de bibliotheek trokken me juist aan, en ik koesterde mij in die sfeer waarin niets wordt gevraagd en ieder zich warmt aan de aanwezigheid van de ander. Uiteindelijk heb ik me maar op een moment ontrokken aan het programma: toen ik even erg moe werd van de herrie die uiteindelijk toch nog opkwam in mijn hoofd. Alle vrije uren heb ik heerlijk benut voor wandelen en aandachtsoefeningen door het tekenen van de vele mooie stilleventjes in de eetzaal en bibliotheek van het klooster: de manden met hazelnoten, de keramieken schalen in de
eetkamer, de oude taxusbomen in de tuin en vooral de deelnemers, etend, lezend, slapend, ieder in hun eigen rust of in gedachten.
Wat me naast de ervaring van de diepe stilte en de saamhorigheid vooral heeft getroffen, is dat het gezamenlijk stil zijn zo duidelijk maakt dat de meeste woorden overbodig zijn, dat zaken als vanzelf oplossen, dat het sommige mensen – die anders dieper in hun boosheid of verdriet zouden gaan zitten – zichtbaar heelt. Conflicten en ergernissen lijken vaak vooral te ontstaan door het gebruik van woorden, van taal…
Hoe iets van dit besef en deze ervaring om te zetten naar m’n eigen omgeving, het werk? Ik denk dat dit de grootste vraag is die ik heb meegenomen.