door: Chris Kersten

(In onderstaand artikel gaat Chris Kersten in op de kern van de zijnsgeoriënteerde benadering zoals we die inhoud geven als Centrum Zijnsoriëntatie.)

Als Centrum Zijnsoriëntatie (CZO) geloven we in het leven. We geloven in ontwikkeling en in groei. We kunnen als persoon werkelijk een mooiere versie van onszelf worden dan die we vandaag zijn, zo denken we.

Hoe kunnen we dat? Door vooral de huidige versie van onszelf te begrijpen, te doorvoelen en te omarmen. Niet jezelf afwijzen vanwege de beperktheid van de versie die je vandaag bent. Jezelf niet dwingen naar een ‘betere’ versie. Doen door niet-doen, die paradox, dat is bij uitstek zijnsoriëntatie. Niet vechten. Geen geweld. Zeker geen op jezelf gericht geweld. Veranderen, verbeteren bereik je door laten, door ontmoeten, door respecteren, door verwelkomen. Dat is de kern van zijnsoriëntatie. Om zich als ‘Zijn’ te manifesteren, om bijvoorbeeld ervaarbaar te zijn als rust en gemak, heeft ‘Zijn’ een actief laten zijn nodig, dus niet wegduwen, niet verdringen, niet handelen. Wil je in de toekomst iets bereiken, vergeet dan zo snel mogelijk die toekomst en omarm wat er nu is. Dat is Zijns-oriëntatie.

Waarom is dat de kern? Omdat onze essentie, dat wat schuilgaat achter wat voor onszelf en voor anderen in de vorm van gedrag en expressie zichtbaar is, goedheid is en daarom liefde en respect verdient en nodig heeft om tot bloei te komen. ‘Zijn’ is bovenal ‘Goedheid’. Wij zijn als mensen vooral nog niet gerealiseerde goedheid en het vraagt heel veel goedheid in de vorm van zelfcompassie om dat te verdragen. Goedheid heeft goedheid nodig om zich als goedheid te kunnen manifesteren. Zo lijkt het leven ingericht te zijn. Wijsheid heeft wijsheid nodig om zich als wijsheid te manifesteren, zoals schoonheid schoonheid nodig heeft, zoals kracht kracht. Dat vraagt inzet en inzicht. Daarbij wil zijnsoriëntatie helpen.

Als mens de manifestatie zijn van goedheid, van wijsheid, van schoonheid, van vreugde, en daardoor als vanzelf, moeiteloos in alles wat je doet (en niet doet) je omgeving ‘besmetten’ met goedheid, wijsheid, schoonheid en vreugde, is niet vanzelfsprekend. Dat vraagt iets. Dat vraagt iets te willen bereiken dat er nu nog niet is. En om dat te bereiken dien je een weg te willen gaan en een weg te willen vinden. Je hebt een soort kaart nodig. Een TomTom is helaas niet beschikbaar.

Zijnsoriëntatie biedt zo’n kaart voor die weg en een instrumentarium, een soort gereedschapskist die je jezelf al doende, dus niet vooraf, eigen maakt. Het is een weg zonder einde, maar wel met een begin en met mijlpalen. Eigenlijk weet je niet waar je aan begint. Je doet het met het al dan niet vage gevoel dat het voor jou klopt deze weg en daarom ga je maar en zet je je in. Je moet er immers heel wat voor over hebben.   Het zijnsgeoriënteerde pad gaat over goud winnen uit lood, om de oude alchemistische metafoor te gebruiken. Hoe? Door liefde voor lood, door het vermogen je in te leven in lood. Schoonheid wordt geboren door het lelijke van wat in het huidige moment in jezelf als lelijk en onaantrekkelijk wordt beleefd, te doorvoelen en door het lelijke dus juist niet te willen veranderen. Vreugde wordt geboren uit doorvoelde droefheid, zoals kracht geboren wordt uit doorvoelde en omarmde zwakte, uit doorvoelde en omarmde kwetsbaarheid en onvermogen. Dat wat als moeilijk voelt, bepaalt de richting en geeft ons richting. Daar moeten we verblijven, ‘zijn’. Daar waar we vandaan willen, daar zullen we met gepaste weerstand en tegenzin juist naar toe moeten, zo vertelt de leraar. Die houding staat loodrecht op onze reflexen. Daarom vooral is het een weg.

Dat wat in ons bereid is de goedheid te ontwikkelen die we fundamenteel zijn, dat is bij uitstek goedheid. Dat wat die keuze maakt dat is Goedheid met een hoofdletter. Het is hetzelfde in ons dat af en toe sorry zegt, terwijl alles in ons schreeuwt om het tegendeel. Het gaat om die hoogstpersoonlijke keuze, die je wel of die je niet kunt of wilt maken. Dat wat daar toch steeds weer voor kiest, wat steeds weer zichzelf overwint, kan groeien en zich ontwikkelen. Het gaat over dat steeds weer kiezen, veel, veel meer dan om het resultaat.   Hierover gaat dit artikel of misschien kun je het ook een soort manifest noemen.

Wie mij als eerste leerde over ’basic goodness’ is de Boeddhistische leraar Chögyam Trungpa (1939-1987). Het begrip ’basic goodness’ is het sleutelbegrip in de door hem vanaf 1976 in Amerika geïntroduceerde Shambhala Training. Shambhala is bedoeld als een Westerse en seculiere vertaling van het Tibetaans Boeddhistisch gedachtegoed. Het Shambhala boek dat hij schreef, heeft als ondertitel ’de weg van de krijger’ en gaat naast ‘basic goodness’ over de weg naar onbevreesdheid.  Belangrijk is ook zijn begrip ‘enlighted society’. Hij geloofde in een verlichte samenleving.  Sakyong Mipham is de zoon van Chögyam Trungpa. Hij is nu hoofd van de ‘Shambhala Buddhism Lineage’. 

Zijnsoriëntatie als een frisse, open, moderne benadering

Het leven stelt ieder mens zijn uitdagingen. Dat hoort er kennelijk bij. Of je het leuk vindt of niet, het leven eist dat je je ontwikkelt, dat je haar feedback in de vorm van moeilijkheden en teleurstellingen serieus neemt. Het leven lijkt ons vrij te laten, maar stuurt, oefent zijn macht uit zou je kunnen zeggen, door de moeilijkheden die zij bezorgt. Uiteindelijk trekt het leven altijd aan het langste eind. Het helpt als we de uitdagingen die het leven stelt begrijpen en vooral als zodanig willen accepteren en hun achtergrond willen verstaan. En het helpt als we leren hoe we die uitdagingen kunnen aangaan en overwinnen. Daar helpt zijnsoriëntatie bij. Daar is zijnsoriëntatie voor bedoeld.

Het gaat hierbij om een zeer persoonlijke zaak. Ieder mens krijgt zijn eigen moeilijkheden op zijn pad, wordt persoonlijk uitgedaagd en geraakt in zijn hart. In die pijnlijke geraaktheid sta je, heel basaal, helemaal alleen. Zijnsgeoriënteerde begeleiding helpt je om te laten zien dat het leven kennelijk steeds weer een opdracht voor je heeft. Het leven wil iets met je. Zijnsgeoriënteerde begeleiding helpt je jouw persoonlijke levensopdracht te verhelderen, je te motiveren om er uitvoering aan te geven en is er ook, in de persoon van de zijnsgeoriënteerde begeleider, vooral als supporter, al zal je het uiteindelijk steeds zelf moeten doen. Het is jouw gevecht met de engel, maar support is mogelijk en helpt gelukkig.

Spirituele begeleiding, dat dient vermeld, is voor CZO geen zweverig ding. We pakken het, zou je kunnen zeggen, zoveel mogelijk bedrijfsmatig aan. Woorden als effectiviteit en efficiëntie, balans in kosten/baten, zijn evenzeer van belang bij een spiritueel pad als bij welk ander project in je leven ook. Als Centrum zouden we niets hebben tegen een ISO certificaat om daarmee onze geambieerde kwaliteit als spiritueel ontwikkelingsinstituut objectief zichtbaar te kunnen maken.

Omdat we zo’n lange tijd in een vast stelsel van spirituele en religieuze overtuigingen, en eventueel weer reacties daarop, hebben geleefd, is het mede daarom niet gemakkelijk het leven in zijn essentie te begrijpen. Veel mensen voelen aan dat dat klassieke spirituele stelsel voor een deel waardevol was, eigenlijk heel erg waardevol, maar voor een deel ook niet reëel en tot op zekere hoogte zelfs destructief. Door het laatste is voor veel mensen het zicht op het waardevolle en het mooie in de klassieke spirituele benaderingen verloren gegaan. Met het verlies van het zicht op het waardevolle en met de diepe teleurstelling is ook de hoop en de motivatie verloren gegaan om dat waardevolle te realiseren. Daarom is het belangrijk dat dit waardevolle weer in het licht gezet wordt en opnieuw – op een wezenlijk andere manier – vorm wordt gegeven. Daar wil zijnsoriëntatie een bijdrage aan leveren.

Vooral dankzij de moderne psychologie is er een moderne, meer reële spirituele visie mogelijk en vooral, nog los van de inhoud, ook een andere visie op spirituele begeleiding. Een visie is nodig die in ieder geval meer open is, bespreekbaar en die zich voortdurend ontwikkelt en groeit en vooral niet de pretentie heeft een eindvisie of de enige visie te zijn.

Er is een nieuwe, ook meer verfijnde manier mogelijk om mensen te begeleiden bij hun verlangen te groeien in de kwaliteit van hun bijdrage als mens aan hun directe omgeving, aan hun kinderen, vrienden, familieleden en anderen, en aan de samenleving in het algemeen. Daarin groeien is wat mensen heel graag willen, zo denken wij. Mensen daarbij helpen is de – hele mooie – taak van een spiritueel begeleidingsinstituut. Dat is de taak die CZO zichzelf stelt. Niet per se als vervanging van klassieke benaderingen. Zijnsgeoriënteerde training en begeleiding kan heel goed naast andere spirituele of religieuze toewijdingen.

We gebruiken als CZO eeuwenoude spirituele methodieken en passen die toe in een nieuw, fris kader, gegrond in een nuchtere psychologische en spirituele visie. Daarmee komen we tegemoet aan de diepe waarden die de traditionele spirituele en religieuze tradities altijd vertegenwoordigd hebben en nog steeds  vertegenwoordigen. Dat deden ze echter vaak zodanig dat we door de manier waarop wel eens vergeten zijn dat het eigenlijk onze eigen, algemeen menselijke waarden zijn die vertegenwoordigd wordt door een spirituele benadering. Die essentiële waarden staan los van welk instituut dan ook. Ze zijn ook veel ouder dan welk instituut. Niemand kan daar het alleenrecht op claimen. Niemand kan claimen er de uitvinder van te zijn. Wat kan, is pogen er een actuele vormgever van te zijn. Iedere spirituele benadering is een benadering, is een pogen, is een onderweg zijn, is een nooit volmaakt zijn. Zo groot en eindeloos is de oorspronkelijke volmaaktheid die je ervaarbaar en leefbaar wilt maken als spirituele benadering. Die volmaaktheid kan wel ervaren worden, maar die beleving voelt altijd als een geschenk van de volmaaktheid zelf, als een dialoog tussen die twee en niet als gemaakt of geproduceerd door het spirituele instituut. We zijn slechts faciliterend.   Natuurlijk fijn dat er een methodiek is die helpt om af en toe of langere tijd die ervaring van bijvoorbeeld de volmaaktheid van het bestaan mogelijk te maken, maar we mogen de kaart niet verwarren met het gebied. Zijnsoriëntatie is slechts een kaart, waarmee we mensen graag helpen om die eeuwenoude, oer menselijke zijnsmogelijkheden uitdrukking te geven. Dat is waar we als CZO voor staan.

Fundamentele goedheid is het, dat ons drijft

In onze benadering als CZO staat een positieve mensvisie centraal. We gaan ervan uit dat mensen heel erg graag een positieve factor willen zijn voor hun omgeving. Iedere vader of moeder wil een goede vader of moeder zijn, zo denken we. Iedere leraar wil een goede leraar zijn zoals iedere stratenmaker eigenlijk straten wil maken waar mensen blij van worden, zo denken we.

Zoals we wel weten is het niet gemakkelijk om de vader of moeder te zijn die je eigenlijk wilt zijn. Het is niet gemakkelijk om het kind voor je ouders te zijn of de vriend(in) voor je vrienden of de collega voor je collegae die je eigenlijk zou willen zijn. Ieder mens beleeft daar regelmatig een worsteling. Het is niet gemakkelijk en het is pijnlijk om niet aan de innerlijke idealen, waar je kennelijk mee ‘behept’ bent, te kunnen voldoen. Het is niet gemakkelijk en het is pijnlijk om niet de mens te zijn die je eigenlijk zou willen zijn.

Juist omdat het moeilijk is jezelf als positieve factor te manifesteren en juist omdat we dat eigenlijk zo graag willen. En juist omdat onze idealen, zonder ons dat bewust te zijn, bijzonder hoogstaand zijn, zijn we, zonder dat we dat beseffen, vaak teleurgesteld in onszelf. Teleurgesteld in onszelf én in onze omgeving die het ons moeilijk maakt ons zo diepe hartsverlangen te vervullen. Deze fundamentele teleurstelling, uiteindelijk in het leven zelf, leidt vaak tot cynisme en tot afhaken, wat uiteraard niet helpt onze zo wezenlijke idealen te verwezenlijken. Afhaken wil zeggen dat we het meer of minder opgeven, afscheid nemen van dat in ons wat eigenlijk zo graag liefdevol en zo graag constructief wil zijn. Het verlies van de verbinding met dat wat we eigenlijk zijn, met onze zo bijzonder positieve kern, is pijnlijk en brengt een diepe wond in onze ziel met zich mee.

Je zou kunnen zeggen, hoe meer iemand lijdt of hoe cynischer of negatiever iemand geworden is, des te sterker werd en wordt die persoon diep van binnen gedreven door een positieve kern. Cynisme kun je omschrijven als gefrustreerde positiviteit. Het een kan niet zonder het ander. Negativiteit kan niet zonder positiviteit. Die samenhang zien bij jezelf en anderen is belangrijk. Die samenhang zien kan helpen om begrip te hebben voor jouw negativiteit en die van anderen.

Dat we soms niet, of niet meer, positief zijn ingesteld in ons werk, in onze relaties, in de maatschappij, in het leven in het algemeen, is niet omdat we niet positief zouden willen zijn, maar omdat het ons niet lukt. Het lukt niet om dat te zijn wat we eigenlijk willen zijn, eigenlijk kunnen zijn zo voelen we ergens. Het lukt heel vaak niet om te voldoen aan onze (onbewuste) idealen, aan dat waar we, zoals we ergens beseffen, voor bedoeld zijn. Dat is pijnlijk.

We zijn fundamenteel positief ingesteld als mens. Niet omdat wij zelf of anderen voor ons dat op een goed moment bedacht hebben om dat te willen zijn, of om dat te moeten zijn, of omdat dat goed zou zijn om dat te zijn. We zijn zo ingesteld, omdat die positiviteit een fundamenteel kenmerk is van wie wij in essentie zijn. Onze levenskern, onze levensdrift is fundamentele goedheid die zichzelf wil laten zien. Het is fundamentele goedheid die ons beweegt en zich in ieder moment op een actuele én heel persoonlijke manier wil manifesteren.

Fundamentele goedheid willen manifesteren, zou je kunnen zeggen, is een instinct zoals de wil om te overleven een instinct is. Misschien is het wel zo dat we willen overleven juist omdat de fundamentele goedheid die we in wezen zijn, zoveel en zolang mogelijk via ons zijn werk wil doen. Misschien is fundamentele goedheid dus wel een meer primair instinct dan het overlevingsinstinct. Dat zou het ook begrijpelijk maken dat mensen in sommige gevallen bereid zijn te sterven voor hun ideaal, voor de goede zaak. Dat zou het kunnen verklaren dat mensen zo eindeloos hun best doen en vaak zo opgebrand, zo moe zijn. Dat zou het ook begrijpelijk maken waarom mensen zo diep kunnen lijden. Het zou zo kunnen zijn dat het lijden van mensen uiteindelijk te verklaren is op basis van het gevoel niet in staat te zijn om dat te zijn waar zij voor bedoeld zijn en dat is die heel positieve factor zijn.

En het is niet zomaar een positieve factor zijn. Het is een heel persoonlijke, individuele, unieke, menselijke, voelende, positieve factor die we willen zijn. Niet omdat we daarvoor gekozen hebben, maar omdat hoe dan ook ’het‘ dat wil in ons. De bedoeling van het leven is dat wij een unieke, raakbare en onze omgeving rakende verpersoonlijking zijn van fundamentele goedheid. We doen ertoe als persoon in onze uniciteit, maar het leven eist op een nogal dwingende manier dat we op een voelende, tastbare manier die uniciteit leven. Dat maakt dat ons persoonlijke geluk zo afhangt van het welslagen van ons persoonlijk, individueel levensproject.

De kern van het zijnsgeoriënteerde werk

Het herstellen van de verbinding met onze essentie is wat ons betreft de kern van het zijnsgeoriënteerde werk. CZO is bedoeld om mensen te helpen te zijn wat ze eigenlijk zijn, en dat is fundamentele goedheid, ’basic goodness’. Wat we eigenlijk zijn is dus fundamentele goedheid die zich ieder moment als zodanig kenbaar wil maken. Fundamentele goedheid wil zich actualiseren. Ieder moment en iedere situatie is nieuw en is er om op een geheel eigen manier fundamentele goedheid te laten zien. Dat is de spirituele functie van het leven, van ieder mens, van ieder ding in deze wereld.

Waar het niet lukt om fundamentele goedheid te zijn en te manifesteren, ontstaat boosheid. Er ontstaat gefrustreerde fundamentele goedheid. Deze gefrustreerde fundamentele goedheid voelt als ongelukkig zijn of op z’n minst als een niet helemaal gelukkig zijn. Dat is lijden. Dat is niet fijn. Dat is het knagende gevoel dat bij bijna iedereen altijd in mindere of meerdere mate aanwezig is. Dat knagende gevoel van binnen is eigenlijk bedoeld als een drive om het bekende te verlaten en op pad te gaan.

Zoals we vaak later pas goed kunnen zien, zijn we aan het begin van ons pad mensen die vervreemd zijn van onze kern. We zijn op z’n minst niet helemaal gelukkig of zien minstens enige mogelijkheid tot verandering als mens. Even goed kan het zijn dat er, al dan niet ver weggestopt, een gevoel is van hopeloosheid of wanhoop. We kunnen angstig zijn, boos of lijden aan een verslaving. We beginnen desalniettemin toch aan een pad als het zijnsgeoriënteerde pad omdat er ’ergens‘ het idee is dat het anders kan.

En gelukkig kan het anders voor de meeste mensen. We kunnen onszelf, anderen, het leven, de wereld op een andere manier beleven dan nu het geval is. Vanuit die geleidelijk veranderende beleving ontstaat als vanzelf ander gedrag. Ander gedrag en een andere uitstraling leiden tot andere reacties van de omgeving die ons bevestigen in wie we in wezen zijn.

Het belang hiervan en de kern van de zaak wordt goed uitgelegd in het volgende citaat van de eerder genoemde Tibetaans Boeddhistische leraar Sakyong Mipham, de zoon van Chögyam Trungpa, die ’basic goodness‘ als sleutelbegrip gebruikte in zijn Shambhala benadering.

“Somehow through our cultural evolution humanity has permeated the world with a cosmic level of doubt regarding our own worthiness as beings. As well, we are starting to question the viability of humanity creating a good society. Because of the underlying uncertainty now in the human heart, we abuse each other and our environment. According to the Dorje Dradül, it is at this time that the message of confidence in our innate goodness needs to be expounded.” (Dorje Dradül is een soort van erenaam voor zijn vader Chögyam Trungpa.)

Hoe helpen we als CZO mensen vooral niet

Als CZO menen we vooral niet de wijsheid in pacht te hebben over wat wel of niet positief is, in het algemeen of in een bepaalde situatie. Daarin verschillen we sterk van allerlei traditionele spirituele benaderingen.

Kenmerkend voor nagenoeg alle traditionele spirituele benaderingen is de poging om een blauwdruk samen te stellen voor ‘goedheid’. Er zijn in de loop der eeuwen enorme inspanningen gepleegd om te definiëren wat goed en wat niet goed is. Helaas, wat ons betreft, is ook kenmerkend voor veel traditionele benaderingen dat vervolgens op allerlei manieren druk werd en wordt uitgeoefend om voorgeschreven gedrag volgens die blauwdruk af te dwingen. Dreiging met hel, ongeluk in volgende levens, enz. waren en zijn helaas aan de orde van de dag en zijn nog vrij lichte versies van allerlei andere vormen van geweld die werden en worden gepleegd om ‘goedheid’ af te dwingen. Juist op die aanpak zijn veel mensen afgeknapt en hebben de klassieke tradities veel aanhang en helaas veel van hun wezenlijk positieve impact verloren. Die gewelddadige stijl van werken lijkt loodrecht te staan op wat we willen bewerkstelligen, het herontdekken en herwinnen van onze fundamentele goedheid. Deze goedheid kan alleen op een heel liefdevolle manier herwonnen worden. Het is als bloemen in de knop, die kun je ook niet dwingen om open te gaan. Je kunt ze in het juiste licht zetten, in de juiste warmte en ze zullen als vanzelf opengaan, hun schoonheid en hun fundamentele goedheid laten zien.

Als trainers, begeleiders of leraren van CZO willen we vooral beschikbaar zijn om mensen te helpen voor zichzelf en/of als betrokkenen met elkaar te ontdekken wat positief en constructief is. Door fundamentele goedheid als uitgangspunt en als leidraad te nemen gaat het vanzelf de goed kant op, zo kun je zeggen. Fundamentele goedheid is de onderstroom onder alle woelige bovenstromen. Waar wij als CZO voor bedoeld zijn, is om door de bomen het bos te laten zien, dat veel mensen niet meer kunnen zien. Het bos is dan eigenlijk de schoonheid die iedere boom deelt met iedere andere boom. Schoonheid is in dat beeld de uitdrukking van fundamentele goedheid.

Fundamentele goedheid die werkelijk fundamentele goedheid is, kan dus niet beschreven worden, niet definitief gedefinieerd en vooral niet afgedwongen worden. Niet bij anderen en niet bij onszelf. Hoeft ook niet afgedwongen te worden, want op de lange termijn wint deze toch. Fundamentele goedheid kan gelukkig wel gefaciliteerd worden. Dient ook in ieder moment opnieuw verwerkelijkt te worden. Wordt in absolute zin echter nooit bereikt. Evenmin als dat ooit het voor altijd mooiste schilderij ter wereld zal worden geschilderd. Desalniettemin is het belangrijk om steeds weer bezig te zijn met schoonheid scheppen en daar kun je, zonder het absolute daarin te bereiken, erg gelukkig van worden. Waarom? Omdat het hiermee bezig zijn, uitdrukking geven is aan fundamentele goedheid en dat is een fundamenteel verblijdende bezigheid.

Erg behulpzaam bij dit alles is de psychologie die voor ons als CZO erg belangrijk is. Psychologie is als wetenschap gericht op waarheid, op wat klopt. Psychologie is nuchter en in zijn beste hoedanigheid wil zij dingen begrijpelijk maken. Dat is wat wij als CZO ook belangrijk vinden. Natuurlijk kan het belangrijk zijn soms een aanpak bij voorbaat het voordeel van de twijfel te geven, maar uiteindelijk moet het te begrijpen zijn en vooral te ervaren zijn. Dat wat klopt, voelt direct of uiteindelijk op een zeer persoonlijke manier als kloppend. Gelukkig is het zo dat, als we ons ervoor openstellen, waarheid zich als vanzelfsprekend opdringt, zich stap voor stap ontvouwt. Waarheid bewijst zichzelf.

Belangrijk is dus te kunnen verdragen nog niet te weten wat positief is in een bepaalde situatie. Belangrijk is te kunnen verdragen niet positief te zijn of jezelf niet als positief te ervaren. Wat zich niet ervaart als positief is bij uitstek positief zo kun je concluderen. Verdragen betekent afzien van geweld. De zijnsgeoriënteerde benadering van CZO wil heel graag een geweldloze, constructieve benadering zijn en wel zonder dat we als medewerkers van CZO de pretentie hebben dat zelf altijd in praktijk te kunnen brengen.

Als CZO streven we naar een klimaat waarin we elkaar niet dwingen tot een of andere opvatting over positiviteit. Ieder mens mag daar zijn eigen ideeën over hebben, en uiteraard ook verlangens als het gaat om anderen. Dat hoort bij onze definitie van moderne spiritualiteit. Het hoort ook bij onze definitie van fundamentele goedheid en bij ons vertrouwen in de fundamentele goedheid om haar niet te hoeven definiëren.  Fundamentele goedheid zal zich hoe dan ook manifesteren. Druk en dwang staan loodrecht op die fundamentele goedheid zo denken wij.

Traditioneel is in de verschillende spirituele stromingen dus lang geprobeerd mensen een model aan te bieden voor wat wel of niet positief zou zijn. De consequentie daarvan is dat vooral het gedrag van leraren daarop beoordeeld en veroordeeld werd. Juist die inconsequentheid is voor veel mensen reden geweest om af te haken en bracht heel vaak een grote crisis met zich mee. Juist het onvermogen van spirituele leiders zich te houden aan hun eigen definities van wat goed was, bracht diepe twijfel aan de mogelijkheid van het leven van fundamentele goedheid.   De trainers, begeleiders en andere medewerkers in het Centrum pretenderen dus niet zelf al de positieve factor te zijn die zij eigenlijk willen zijn. Met de studenten en cliënten delen trainers en medewerkers een ideaal, zijn gemotiveerd en toegewijd aan dat ideaal maar zijn net als iedereen onderweg. We hebben expertise in het begeleiden van mensen, maar dat is iets anders dan werkelijk gerealiseerde positiviteit te zijn. Die pretentie hebben we zeker niet.

Wil je het hele artikel lezen? Bestel dan hieronder de gratis PDF (digitale uitgave van 37 pagina’s) van het volledige artikel.