Wij beschrijven hier de officiële regeling zoals die geldt tot 1-1-2022. Hoe een bepaalde ambtenaar van de belastingdienst daarmee omgaat, bepalen wij uiteraard niet. Wil je zekerheid, check dan bij de belastingdienst.

Particulieren

Aftrek als buitengewone uitgave:

De overheid stimuleert scholing. Daarom heb je als particulier de mogelijkheid om studiekosten fiscaal als buitengewone uitgave van uw inkomen af te trekken. Voorwaarde is onder meer dat de studie tot doel moet hebben de maatschappelijke positie in financieel-economisch opzicht te verbeteren. Er is geen afzonderlijke aftrek als beroepskosten mogelijk. Je werkgever mag je daarentegen de kosten van een studie/cursus onder voorwaarden wel onbelast vergoeden.

Voorbeeld: Een particulier volgt in 2020 een cursus bij Centrum Zijnsoriëntatie van € 3.500. Zijn totale scholingskosten zijn in dat kalenderjaar € 3.500. Tegen een tarief van 49,50% (toptarief inkomstenbelasting) bedraagt de belastingbesparing € 1.608 (voor de aftrek van de scholingskosten geldt een drempel van € 250). De werkelijke kosten zijn € 3.500, zodat per saldo de studiekosten netto slechts € 1.892 bedragen.

Let op dat vanaf 1-1-2022 de aftrek van scholingskosten wordt afgeschaft. Er komt dan een soort subsidieregeling (STAP-budget). De subsidie zal per jaar voor één activiteit worden verleend en zal maximaal € 1000 inclusief BTW bedragen.

Bedrijven/ondernemers

Werkgevers en ondernemers kunnen scholingskosten als bedrijfskosten in mindering brengen op de winst. Voor bedrijven geldt er geen drempelbedrag. Zie hier de informatie hierover van de Belastingdienst. De letterlijke tekst van de wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekering vind je hier. Neem voor een advies op maat contact op met uw belastingadviseur of de belastingdienst.

Voorbeeld: Een onderneming laat in 2020 een medewerker een cursus bij Centrum Zijnsoriëntatie volgen van € 3.500. De totale scholingskosten van de onderneming in dat kalenderjaar bedraagt € 3.500. Tegen een tarief van 49,50% (toptarief inkomstenbelasting) bedraagt de belastingbesparing € 1732. De werkelijke kosten zijn € 3.500, zodat per saldo de studiekosten slechts € 1.768 bedragen. Als de kosten worden gedragen door een B.V., wordt de aftrek genoten tegen het vennootschapsbelastingtarief van 16,50%. Overigens geldt dit tarief voor de winst tot € 200.000, voor winst boven de € 200.000 geldt een tarief van 25%.

Mag ik mijn studiekosten aftrekken voor een opleiding voor mijn werk?

Ja, dat mag. Maar er zijn wel voorwaarden.

De belangrijkste voorwaarden zijn:

  • u hebt geen recht op studiefinanciering
    U hebt dus geen lening, beurs of OV-abonnement van DUO.
  • de studie of opleiding is voor uw (toekomstig) beroep en is een leertraject
    Dat laatste betekent dat u kennis opdoet onder begeleiding of toezicht.

Verder mag u alleen de noodzakelijke kosten aftrekken. Denk aan:

  • collegegeld, cursusgeld, lesgeld of examengeld
  • leermiddelen die u van de opleiding móet hebben, zoals boeken of bepaalde software

Hebt u een fiscale partner? Dan mag u ook zijn studiekosten aftrekken.

Welke kosten mag ik niet  aftrekken?

De volgende kosten zijn niet aftrekbaar:

  • kosten van een laptop, tablet of printer
  • reiskosten
  • rente over een studieschuld
  • de inrichting van uw studeerkamer

Hebt u 1 of meer studerende kinderen? Die studiekosten mag u niet aftrekken.

Hoe bereken ik mijn aftrek?

Als u de aangifte inkomstenbelasting invult met uw studiekosten wordt automatisch berekend wat uw aftrek is.

Wilt u het liever handmatig berekenen? Dan doet u dat zo: tel uw kosten bij elkaar op. Krijgt u een vergoeding van bijvoorbeeld uw werkgever? Dan moet u die van uw kosten aftrekken. Daarnaast is er een drempelbedrag van € 250. Trek dat er ook vanaf. Het bedrag dat overblijft, dát is uw aftrek.

Heeft uw fiscale partner ook studiekosten? Dan maakt u dezelfde berekening nog een keer voor uw partner.

Tot slot, u mag maximaal € 15.000 per jaar aftrekken. Bent u jonger dan 30 en zit u in de ‘standaardstudieperiode’? Dan is er geen maximum. De standaardstudieperiode is een periode van niet meer dan 5 jaar waarin u vooral studeert en geen volledige baan kunt hebben.

U mag uw studiekosten aftrekken in het jaar dat u ze hebt betaald.

Precies weten hoeveel studiekosten u mag aftrekken? Vul dan de online aangifte in op Mijn Belastingdienst.

 

Wij beschrijven hieronder de officiële regeling zoals die geldt vanaf 1-1-2022.

Particulieren

Vanaf 1-1-2022 wordt de aftrek van scholingskosten afgeschaft. Er komt dan een subsidieregeling (STAP-budget) geheten. STAP staat voor Stimulering Arbeidsmarktpositie. De overheid wil hiermee mensen helpen om hun positie op de arbeidsmarkt te verbeteren.

De subsidie zal per jaar voor één activiteit worden verleend en zal maximaal € 1000 inclusief BTW bedragen. Het STAP budget kan vanaf 1 maart 2022 worden aangevraagd bij het UWV. Dit kan per persoon 1 keer per jaar. Als de aanvraag is goedgekeurd, wordt het bedrag betaald aan de opleider.

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) houdt een lijst (scholingsregister) bij met de opleidingen waarvoor mensen STAP-budget kunnen aanvragen. Het budget kan alleen worden aangevraagd voor opleidingen die in het scholingsregister staan opgenomen.

Meer over de voorwaarden en het aanvragen vindt u vanaf 1 maart 2022 op het STAP-portaal van UWV.

Bedrijven/ondernemers

Werkgevers en ondernemers kunnen scholingskosten als bedrijfskosten ook na 1-1-2022 gewoon in mindering brengen op de winst. Voor bedrijven geldt er geen drempelbedrag. Zie hier de informatie hierover van de Belastingdienst. De letterlijke tekst van de wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekering vind je hier. Neem voor een advies op maat contact op met uw belastingadviseur of de belastingdienst.

Voorbeeld: Een onderneming laat in 2022 een medewerker een cursus bij Centrum Zijnsoriëntatie volgen van € 3.500. De totale scholingskosten van de onderneming in dat kalenderjaar bedraagt
€ 3.500. Tegen een tarief van 49,50% (toptarief inkomstenbelasting) bedraagt de belastingbesparing
€ 1732. De werkelijke kosten zijn € 3.500, zodat per saldo de studiekosten slechts € 1.768 bedragen.

Als de kosten worden gedragen door een B.V., wordt de aftrek genoten tegen het vennootschapsbelastingtarief van 15%. Overigens geldt dit tarief voor de winst tot € 395.000, voor winst boven de € 395.000 geldt een tarief van 25,8%.

Onbelast vergoeden

Werkgevers kunnen onder de werkkostenregeling ook de studiekosten van hun werknemers onbelast vergoeden. De vergoeding voor studie- of opleidingskosten is een gerichte vrijstelling, mits de werkgever deze vergoeding als werkkosten aanwijst. Reiskosten in verband met studie en opleiding zijn vrijgesteld tot € 0,19/km als de werknemer met eigen vervoer reist. Als de werknemer met het openbaar vervoer reist, mogen ook de werkelijke kosten worden vergoed.

De scholingsuitgaven moeten gedaan zijn met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning. Er is onderscheid te maken tussen twee categorieën:

  1. Ten behoeve van onderhoud en verbeteren van kennis en vaardigheden ter vervulling van de huidige dienstbetrekking. Het gaat hier om een objectieve verwachting dat de opleiding hier een bijdrage aan levert.
  2. Met het oog op een toekomstige dienstbetrekking, beroep of ondernemerschap. Hierbij is maatgevend dat de studie gevolgd wordt met het oog op verbetering van de maatschappelijke positie in financieel-economisch opzicht en niet om louter persoonlijke redenen. In een notitie over de fiscale behandeling van scholingsbudgetten in cao’s op de site van de Belastingdienst wordt daarbij opgemerkt dat de andere functie niet beter betaald hoeft te zijn, maar dat het ook mogelijk is dat de werknemer ander werk ambieert dat minder betaalt maar meer in zijn interessesfeer ligt.

Het gaat hier vooral om lesgelden, kosten van studieboeken en andere leermiddelen en reiskosten voor lesbezoek.