Door: Chris Kersten

Dat het je raakt deze enorme ramp is een natuurlijk iets. We zijn meer met elkaar verbonden dan we normaal gesproken denken. Het ervaren van die verbondenheid is ook precies wat de mensen (een beetje) helpt die direct slachtoffer zijn van deze ramp. Je verliest geliefden, maar anderen, vaak ook anderen van ie je het niet verwacht, zijn je nabij in je verlies.

 imagesCA440DOL

 

 

 

 

 

 

 

 

Als er iets als dit gebeurd, wat zo erg is, overkomt het per definitie een beetje ook jou, die dit leest. Het is dan een beetje alsof je zelf iemand of iemanden verloren hebt. Het raakt ieders gevoeligheid in het besef van de mogelijkheid dat je geliefden kunt verliezen en wel soms van het ene moment op het andere. Dat is een werkelijkheid waar je deze ramp mee confronteert.

 Daarom is het goed om daar bij stil te staan. Door stil te staan bij de mogelijkheid je geliefden te verliezen, ga je voelen hoeveel je van ze houdt en hoezeer je geliefden je écht lief zijn. Je liefde wordt daardoor dieper en krachtiger.

Dit kan alleen gebeuren als je echt wilt en kunt voelen hoe deze ramp je raakt. Alleen dan kun je rouwen, kun je er echt zijn voor jezelf in al je emoties en van daaruit misschien bij de emoties van anderen.

 imagesCA1VB4JQ

 

 

 

 

 

 

 

 

Als je door een ramp als deze in shock bent, kun je nog helemaal niet voelen en nog helemaal niet binnen laten wat er gebeurd is. Dat kan niet feitelijk, niet cognitief dus, en zeker niet emotioneel. Dat is wat je mag verwachten van de mensen die nu in hun directe omgeving iemand verloren hebben. Als er zoiets gebeurd, bevries je als het ware en/ of je wordt helemaal overweldigd door emoties.

 Belangrijk is te beseffen dat ons emotionele systeem een traag systeem is. Het vraagt tijd om gebeurtenissen te verwerken. Er kan een heel leven, en soms eigenlijk meer dan dat, nodig zijn om heftige gebeurtenissen die zijn overkomen te verwerken.

Verwerken wil zeggen dat iets écht waar mag zijn dat emotioneel gezien te zwaar is om waar te laten zijn. Hoewel je geest weet dat het erge waar is, kan de geest het tegelijkertijd niet aan dat het waar is. Het is zo erg, dat het niet waar mag zijn en zeker niet in zijn volle omvang.

 Goeie hulp is er op gericht om iemand met heel veel geduld te helpen beetje bij beetje waar te laten zijn wat zo moeilijk is om waar te laten zijn. In die mate zal er, als dat lukt, ook stapje voor stapje lucht komen en levensruimte. Als je iets heel ergs overkomt, raak je dat gevoel van levensruimte kwijt. Je voelt je opgesloten in jezelf. Het wordt ook moeilijker om van andere mensen te houden of de liefde van anderen binnen te laten. Dat kan dan heel moeilijk zijn. Ook dat wat eigenlijk positief is, wordt pijnlijk wanneer het verbonden is met een gewondheid.

 Mensen in shock mag je in eerste instantie niet helpen om iets te verwerken, simpelweg omdat verwerking nog helemaal niet mogelijk is. Het is al heel wat als je rustig bij iemand aanwezig mag zijn, dat iemand je toelaat om aanwezig te zijn of om eventueel te luisteren of met de persoon stil of samen alleen maar verbijsterd en sprakeloos te zijn. Wat altijd behulpzaam is als je zelf kunt binnen laten wat de persoon nog niet kan binnen laten, al kun je dat ook jezelf niet afdwingen. Het is al heel wat als het lukt bij iemand in shock om een beetje afleiding te kunnen bieden. Als er een moment kan zijn dat het even ergens anders over kan gaan.

 

 ist1_13682465-beauty-in-nature

 

 

 

 

Omdat het er steeds om gaat dat iets wat waar is ook waar moet kunnen zijn, is het meestal aan te bevelen dat iemand ook de feitelijke werkelijkheid kan zien. Daarom is het vaak goed om het lichaam van de persoon die overleden/gedood is ook te zien en daardoor met eigen ogen te zien dat deze persoon overleden is.

Daardoor wordt het beter mogelijk de feitelijke werkelijkheid onder ogen te zien. Het gaat er om dat je deze persoon of personen in hun vroegere hoedanigheid nooit meer zult meemaken en nooit meer zult ervaren. Dat heel bijzondere en unieke “samen” komt niet meer terug. Dat gegeven moet waar mogen zijn.

Dat “samen” is er natuurlijk op een bepaalde manier nog steeds, maar de feitelijke werkelijkheid van het samen in contact zijn, samen praten enz., komt nooit meer terug. Dat is de werkelijkheid. Dat is de emotionele ramp.

 Dat is allemaal belangrijk, omdat onze menselijke geest geneigd is erge dingen niet waar te laten, ze minder erg te maken dan ze zijn, terwijl diezelfde geest tegelijkertijd weet dat het niet klopt. We kunnen onszelf een beetje, maar niet helemaal bedotten.

Goede hulpverlening bestaat er altijd uit dat je mensen helpt dingen ook precies zo erg te laten vinden, als ze dat in feite ook vinden. Je verzacht de pijn, anders dan je zou denken, niet door de pijn te verzachten, maar door deze stukje bij beetje waar te laten zijn, precies op de manier waarop iemand dat persoonlijk ervaart.

 Hoe verwerk je rampen als je wat verder af staat van de direct getroffenen, dus niet in shock bent, maar wel geraakt of heel erg geraakt? Hoe begeleid je jezelf? Belangrijk is dat voor jezelf, maar zeker ook als je van betekenis wilt zijn voor direct getroffenen?

 Dan is het goed om je lichaam te voelen en te voelen in je lichaam waar en hoe je geraakt bent. Emotionele gebeurtenissen gaan altijd gepaard met bepaalde lichamelijk reacties, die zich kenbaar maken door bepaalde lichaamssensaties.

In je borst of in je buik bijvoorbeeld kun je een verkramping of bijvoorbeeld verharding voelen. Je kunt een lichte of zwaardere hoofdpijn voelen. Er kan een nervositeit voelbaar worden in je buik. Meestal gaat dat allemaal gepaard met veel onrust in diverse delen van je lichaam. Ook die onrust is heel goed fysiek voelbaar. Er zijn overigens talloos vele soorten lichamelijke reacties mogelijk.

 Wat vervolgens kan is dat je met je aandacht aanwezig bent bij die lichaamssensaties en daarmee bij de pijnlijke gebieden die je ervaart in je lichaam. Sterker nog, je kunt een dialoog aan gaan met bijvoorbeeld die nervositeit in je buik. Je kunt die buik laten vertellen hoe die zich voelt. Stel dat de innerlijke waarheid van die buik is: “Eigenlijk ben ik doodsbang” en je spreekt die zin heel rustig en kalm uit dan komt er rust.

 

 280px-Nelumno_nucifera_open_flower_-_botanic_garden_adelaide2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Of er rust komt hangt er van af of de inhoud van de zin klopt en dus in overeenstemming is met wat je echt voelt. Het tweede wat nodig is, is dat de zin rustig en liefst hardop wordt uitgesproken. Dat dat helpt komt, omdat daarmee waar wordt wat ook waar is voor je en hoe je je op die manier voelt. Rust komt er bij jezelf of anderen altijd als je gevoelens erkent en wel door ze precies de woorden te geven die kloppen. Op deze manier kun je jezelf dus heel goed begeleiden als je

Belangrijk is dus dat die innerlijke dialoog bottom-up up gevoerd wordt. Dat wil zeggen dat het gevoel dus je hoofd vertelt wat er gevoeld wordt en dus niet top-down je hoofd denkt en zegt wat je voelt. Die laatste vorm kan werken als je geluk hebt, de eerste “gevoelens laten spreken” werkt veel beter.

 Belangrijk is ook dat erge dingen allerlei uiteenlopende emoties kunnen los maken. Vaak gaat heftig verdriet bijvoorbeeld samen met heftige boosheid en/of heftige angst.

Wat helpt is om iedere emotie stuk voor stuk erkennen en woorden geven, ook als emoties volstrekt tegenstrijdig zijn. Hoe preciezer dat lukt hoe effectiever de zelfbegeleiding zal zijn.

Vaak is er ook een soort gelaagdheid van emoties. Achter de ene erkende emotie komt dan een andere, volgende emotie tevoorschijn.

 Als het lukt om jezelf zo te begeleiden transformeren emoties in kwaliteiten, die zijnskwaliteiten worden genoemd omdat zij bij ons diepste wezen horen en daar onderdeel van uitmaken. De duur van dat proces is afhankelijk van de heftigheid van je geraaktheid, van het vermogen jezelf te begeleiden en de kwaliteit van eventuele externe begeleiding.

De eerste zijnskwaliteit die ontstaat bij de juiste zelfbegeleiding of externe begeleiding is altijd rust en daarna al heel gauw ruimte.

Het soort kwaliteit dat er vervolgens komt, is afhankelijk van wat er gebeurd is en van de manier waarop je geraakt bent. Als het gaat om verlies van geliefden, zal er bijna altijd veel liefde en dankbaarheid ontstaan en dat op een heel wezenlijk niveau. Wie echt zichzelf is wordt altijd liefdevol, maar kan bijvoorbeeld ook krachtig worden of juist heel teder.

 Het bijzondere van die zijnskwaliteiten, die ontstaan na verwerking van emoties, is dat het ook precies die kwaliteiten zijn waarmee je van betekenis kunt zijn voor anderen en precies op de manier die van belang is voor de anderen uit je omgeving die ook of misschien wel bij uitstek geraakt zijn.

Als je zelf bijvoorbeeld helemaal liefde “bent”, maak je ook bij de persoon die iemand verloren heeft als vanzelf zijn of haar liefde wakker. Die liefde die de persoon dan in zich zelf voelt voor de persoon die deze verloren heeft, helpt om het verlies en het gemis van die verloren geliefde, te dragen.

Ik wens je veel sterkte.