Boekverslag  Illusies. Bevrijding uit de doolhof van destructieve emoties, Ingeborg Bosch

Door Simonka de Jong

 Illusies Ingeborg Bosch

Samenvatting

Volgens Ingeborg Bosch zijn veel van onze heftige emoties en negatieve gedachten gebaseerd op illusies, die we hebben ontwikkeld om pijnlijke gevoelens uit onze kindertijd te verdringen. Bosch ontwikkelde de therapievorm Past Reality Integration (PRI) om op een andere manier om te gaan met deze destructieve emoties.

Oordeel

Illusies is naar mijn mening een helder geschreven boek over een zeer relevant onderwerp. De theorie over ontmantelen van afweer mechanismes en doorvoelen van oude verdrongen pijn sluit naadloos aan op de opleiding Zijnsorientatie, al zijn er ook belangrijke verschillen, waar ik later in dit stuk op in zal gaan.  Het boek wordt verlevendigd met veel praktische voorbeelden van negatieve gedachtes. Nadeel vond ik dat Ingeborg Bosch veel moeite doet om PRI in te bedden in een kader waardoor haar opzet vrij formeel. Het boek heeft hierdoor een beetje een schools karakter.

Cijfer: 8

Ingeborg Bosch

Ingeborg Bosch

Korte inhoud

Het besef niet te krijgen van de ouders wat het nodig heeft, is voor een kind niet te verwerken. Een strategie om hiermee om te gaan is dat het bewustzijn zich opsplitst in twee delen: een deel waarin de levensbedreigende waarheid dat we niet krijgen wat we nodig hebben en de pijn daarover ligt opgeslagen en een deel waarin het lijkt alsof er niets ergs aan de hand is. Er wordt een muur van afweer om het pijnlijke deel heen gebouwd. Als kind was deze splitsing en de afweer functioneel, maar als we eenmaal volwassen zijn, worden ze destructief.  Het deel van het bewustzijn waarin de verdrongen waarheid ligt opgeslagen noemt Bosch het kind-bewustzijn. Als volwassene kunnen bepaalde ervaringen ons rechtstreeks weer in het kind-bewustzijn en de afweer terecht laten komen. We proberen de pijn weg te houden door ons vast te klampen aan een illusie. Volgens Bosch bestaat de muur van afweer uit vijf soorten illusies: angst, primaire afweer, valse hoop, valse macht en ontkenning van behoeften. Deze vijf vormen van afweer wisselen elkaar af, om maar niet terecht te komen bij het voelen van de oude pijn. De vrij soorten afweer zijn verdeeld over drie lagen binnen de muur van ontkenning. Angst ligt op het grensgebied tussen de muur van ontkenning en de oude pijn. In de eerste laag van afweer bevind zich de primaire afweer (‘er is iets mis met me’). Valse hoop en valse macht vormen de tweede laag die een buffer is tegen de primaire afweer.  Boven op die tweede afweerlaag ligt nog een derde en bovenste laag: de ontkenning van behoeften. Door PRI kunnen we de oude afweer langzaam ontmantelen.

De primaire afweer (PA)- dit is de eerste cognitieve afweer die we als kind ontwikkelen. We denken als kind dat we niet krijgen wat we nodig hebben omdat er iets mis met ons is. Drie clusters van gedachten spelen een rol: ‘ik deug niet’ (schaamte) , ‘het is allemaal mijn schuld’ en ‘ik kan het niet’. Vaak spelen negatieve gedachten een rol als: ‘ik ben dom’ of ‘ik ben een sukkel’. De primaire afweer laat ons het meest lijden en kan depressie veroorzaken. PRI kent 6 stappen om uit de PA te komen:

  1. Herkennen van de primaire afweer
  2. Ontmasker de PA als een illusie
  3. Serveer de PA af
  4. Ga terug naar het symbool wat de afweer heeft getriggerd. Dit kan je doen door je af te vragen wat er gebeurde voordat er nare gevoelens ontstonden.
  5. Spoor de angel op in het symbool. De angel is dat deel van het symbool dat een directe reflectie is van de oude verdrongen realiteit.
  6. Vergroot de angel uit
  7. Laat de oude pijn toe

Als bescherming tegen deze pijnlijke primaire afweer ontwikkelen we een soort buffer, een tweede laag, met twee soorten afweer: valse hoop en valse macht.

Valse hoop- De illusie van de valse hoop houdt in dat we weldegelijk kunnen krijgen wat we nodig hebben als we maar beter ons best doen. Maar het gat dat vroeger geslagen is, is niet op deze manier te dichten. De oude kind-behoefte van aanraking en liefde is niet meer te vullen, en als volwassenen hoeft dit ook niet meer om te overleven. Voorbeelden van valse hoop zijn: ‘als ik aardig ben, zullen anderen niet boos op me worden.’of ‘als ik nog harder werk, zal mijn opleider me niet uit de groep zetten.’ Valse hoop roept vaak stress en dwangmatige gedachten (veel piekeren) op. Om uit het doolhof van valse hoop te komen zijn de volgende stappen nodig.

  1.  herkennen van de valse hoop
  2. Het stopzetten van het valsehoopgedrag terwijl je blijft voelen
  3. De valse hoop formuleren
  4. De valse hoop laten instorten
  5. De oude pijn toelaten.  

Valse macht- De illusie van valse macht gaat er van uit dat we wel degelijk kunnen krijgen wat we nodig hebben, als de ander nou maar eens zou veranderen. Het kenmerk van valse macht is een veroordelende superieure houding tegenover anderen, die zich uit in irritatie, woede of zelfs razernij. Maar ook jaloezie getuigt van valse macht. Bij valse macht komen soms borderlinestoornissen of manische episoden voor.

Om uit de valse macht te komen zijn 5 stappen nodig:

  1. Herkennen van de valse macht
  2. Stoppen met het uiten van valse macht
  3. De angel opsporen en uitvergroten
  4. De aandacht van het symbool losmaken en op jezelf richten
  5. De oude pijn toelaten.

Ontkenning van Behoeften- De illusie van deze afweer is dat het helemaal niet erg is dat we niet krijgen wat we nodig hebben omdat we niets nodig hebben. ‘Ik heb geen behoeften.’Het kenmerk hiervan is het ontbreken van sterke gevoelens en het vermijden van alles wat tot die sterke gevoelens zou kunnen leiden. Een kind ontwikkelt deze afweer als laatste, wanneer valse hoop tot niets leid en valse macht niet getolereerd wordt. Dan is er altijd nog de uitweg van het niet-voelen. ‘ik vind het niet erg hoor, om alles alleen te doen.’het maakt mij niet zoveel uit hoor.’ Er is een direct verband tussen verslavingen en ontkenning van behoeften. De stappen om uit deze afweer te komen zijn:

  1. Herkennen van ontkenning van behoeften. Wees op je hoede voor deze afweer wanneer je lauw reageert op een situatie.
  2.  Het symbool en de angel opsporen
  3. Concentreren op de angel
  4. Omkeren van ontkenning van behoeftegedrag. Het gedrag dat je stopt heeft meestal met uitstellen, vermijden of niets zeggen te maken.
  5. Concentreren op je lichaam
  6. Je (oude, onvervulde) behoefte opsporen
  7. De oude pijn toelaten

 

Angst- angst voelen we heel duidelijk in ons lichaam als een drang om onszelf te redden. Angst werkt als een illusie op die momenten dat het niet reëel is. Angst impliceert de hoop dat we kunnen vluchten. Het is deze hoop die onterecht is wanneer het gaat om de pijn van de oude waarheid, die is namelijk al veroorzaakt. Er zijn 6 stappen om angst om te keren.

  1. Herken angst als afweer
  2. Vraag je af wat het ergste zou kunnen zijn dat kan gebeuren
  3. Stel je voor dat dat gebeurt
  4. Voel welk gevoel dit bij je oproept
  5. Concentreer je op deze oude pijn en geef het alle ruimte
  6. Doe waar je bang voor was, nadat de oude pijn is weggeëbd.

 

 

Achtergrond PRI

PRI heeft raakvlakken met de psychoanalyse van Freud en de primaltherapie van Arthur Janov (dat gaat over de werking van symbolen). De Amerikaanse Jean Jenson  ging in de leer bij Arthur Janov en vormde zijn therapie van groepssessies om tot een meer zelfstandig toe te passen proces. PRI ontwikkelde deze vorm verder. PRI wordt vaak gezien als een psychoanalytische gedragstherapie.    

Raakvlak met Zijnsorientatie

Ik zie veel raakvlakken tussen PRI en de Zijnsorientatie, maar er zijn ook belangrijke verschillen. De raakvlakken liggen op het gebied van het doorvoelen en toelaten van oude pijn en de manier waarop het lichaam daarbij centraal staat. Toch richt de Zijnsorientatie zich nog specifieker op de lichamelijke uitingsvormen van de oude pijn. Er wordt meer aandacht besteed aan de plek in je lichaam waar die oude pijn gevoeld wordt. PRI is rationeler. Het gaat bij PRI in eerste instantie om het doorzien van de patronen van afweer, het doorvoelen komt pas als laatste stap. Zijnsorientatie neemt daarentegen het voelen (zeker bij dieptewerk) als eerste stap.

Een overeenkomst is dat ook in de Zijnsorientatie wordt gewerkt met een scheiding tussen het kindbewustzijn en het volwassenbewustzijn, zoals bijvoorbeeld in de zelfvergevingsmeditatie. Maar PRI spreekt alleen over het toelaten van de verdrongen pijn,   de Zijnsorientatie nog een stapje verder dan PRI: als volwassene kan je je kinddeel toespreken en het om vergeving vragen voor het feit dat het zo lang niet gezien is geweest. In mijn visie gaat dit nog een stap dieper dan PRI.

Persoonlijke geraaktheid

Ik vond veel herkenning in Ilussies. Vanwege de helderheid en concreetheid van het  boek en de vele voorbeelden, kon ik veel van mijn patronen van afweer direct herkennen. Vooral het bestaan van valse hoop en valse macht vond ik een eye-opener. Ik realiseerde me ineens dat deze twee vormen van afweer een grote rol in mijn leven spelen. In de periode dat ik het boek las, herkende ik steeds meer vormen van afweer in mezelf. Tijdens het lezen stoorde ik me wel soms aan de schoolse benadering van Ingeborg Bosch en haar poging om PRI neer te zetten als een zeer vernieuwende en unieke stroming.